CoBrA \ Karel Appel





  Biografie
Karel Appel is een veelzijdige kunstenaar: hij is zowel schilder, beeldhouwer als dichter. Hij wordt in 1921 geboren in de Dapperstraat te Amsterdam. In dezelfde stad volgt hij van 1940 tot 1943 zijn opleiding aan de Rijksacademie. Hier ontmoet hij Corneille met wie hij naar Parijs gaat. Bij terugkeer leert hij Constant kennen. Gedrieën richten zij met Anton Rooskens, Theo Wolvecamp en Jan Nieuwenhuys de `Nederlandse Experimentele Groep` op, die later overgaat in CoBrA. In 1950 vestigt Appel zich voor langere tijd in Parijs. Later in zijn loopbaan verhuist hij naar New York.

Appel en de CoBrA-beweging
Appel is een van de mede-oprichters van de CoBrA beweging. Op 8 november 1948 ondertekent hij in café Notre Dame het manifest `La Cause était entendue` (De zaak was beklonken). Een jaar later doet Appel mee aan de grote CoBrA tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Hij maakt speciaal hiervoor twee doeken op groot formaat, waarvan hij één `Mens en dieren` noemt (zie Cobra p.113 en Het kind in Cobra p.18). Mens- en diermotieven zijn kenmerkend voor de CoBrA beweging. CoBrA kunstenaars vinden het echter niet belangrijk om deze exact na te bootsen. Zij laten de motieven uit hun fantasie ontspruiten. Appel slaagt hier zeer goed in.

Appels werk in relatie tot CoBrA
Appel is geen theoreticus zoals Dotremont, Jorn en Constant. Hij is een doener. Al vóór, maar ook tijdens de CoBrA periode experimenteert Appel veel. Hij verzamelt allerlei afvalmaterialen. Met stukken hout, rubber, kurk en ijzer maakt hij assemblages (reliëfs) zoals `Drift op zolder` (zie De taal van Cobra afb. 16). Zelfs het luik van zijn zolderraam gebruikt hij voor dit werk. Appel kijkt niet alleen wat hij kan doen met gevonden voorwerpen, maar experimenteert ook met diverse materialen zoals olieverf, gouache (plakkaatverf), aquarel (waterverf) en keimverf (een speciaal soort muurverf). Hij houdt van felle kleuren en maakt de vormen zo eenvoudig mogelijk: in een paar lijnen en vlakken zet hij een figuur, dier of plant neer. Zijn werken zien er vaak kinderlijk uit, zodat Appels stijl ook wel aangeduid wordt als `de volwassen kinderlijke stijl`. Karel Appel werkt niet alleen in zijn eentje, maar ook samen met andere schilders of dichters. Zo tovert hij met de schilder Constant enorme angstaanjagende dieren en figuren tevoorschijn op de wanden in het huis van Constant. Met Constant en Corneille beschildert hij eveneens het interieur van de boerderij van Erik Nyholm. Niet alleen de wanden, maar ook het plafond en de deuren moeten het ontgelden. Appel maakt tevens tekeningen bij gedichten van Hugo Claus: `De blijde en onvoorziene week` en bij teksten van Hans Andreus: `De ronde kant van de aarde`. Na de CoBrA tijd smeert Appel de verf steeds dikker op het doek. Hij zet lijnen en vlakken in heftige bewegingen neer. Zijn beroemde uitspraak: "Ik rotzooi maar een beetje an. Ik leg het er tegenwoordig flink dik op, ik smijt de verf er met kwasten en plamuurmessen en blote handen tegenaan, ik gooi d`r soms hele potten tegelijk op" is typerend voor zijn dynamische werkwijze.